Scheepvaartroutes in estuaria worden continu gebaggerd om de toegang voor grote schepen tot grote havens te behouden. Verschillende estuaria wereldwijd vertonen echter nadelige neveneffecten van baggeractiviteiten, met name wat betreft de morfologie en ecologisch waardevolle habitats. We gebruikten experimenten op fysieke schaal, veldbeoordelingen van het Westerschelde-estuarium (Nederland) en morfodynamische modelruns om de effecten van baggeren en toekomstige stressfactoren (klimaat- en sedimentbeheer) op een meergeulensysteem en de ecologisch waardevolle getijdenplaten te analyseren. Alle methoden wijzen erop dat bagger- en stortstrategieën ongunstig zijn voor de morfologie op de lange termijn, omdat baggeren de onbalans tussen ondiepe en diepere delen van het estuarium creëert en voortzet, wat leidt tot verlies van waardevolle verbindingsgeulen en fixatie van de getijdenplaten en de posities van de hoofdgeul. Tegelijkertijd is het tegengaan van nadelige effecten door een stortstrategie beperkt effectief. Het veranderen van de stortstrategie naar storten van baggerspecie in de hoofdgeul kan economisch en ecologisch gunstig zijn voor het behoud van het meergeulensysteem. Verdere verdieping van de vaargeul zal de negatieve effecten versnellen, terwijl toekomstige zeespiegelstijging het systeem met meerdere geulen nieuw leven kan inblazen.
(Samenvatting van ‘De kwetsbaarheid van getijdenplaten en estuaria met meerdere geulen voor baggeren en storten’, Wout M. van Dijk e.a., Anthropocene Coasts 4, 36–60 (2021). https://doi.org/10.1139/anc-2020-0006)
